16 juli 2009

Valparaiso

Een vallei vol licht schijnt me tegemoet. In het midden de haven van Valparaiso, gelegen aan de Pacifische Oceaan. Grote containerschepen meren af en aan, kleine vissersbootjes varen rond met toeristen en de zon van de afgelopen dagen maakt mijn hoofd licht.


Uitzicht over de haven van Valparaiso


Na enkele dagen eenzaamheid in één van de Nationale Parken van Chili ben ik beland in een van de grote havensteden van het land. De afwisseling is groot. Van een besneeuwde vulkaan naar een stad met een mediterraan klimaat, zon, mensen, auto’s, alles wat ik enkele weken in Patagonie niet heb ervaren.

Wanneer ik aankom met de bus ga ik op zoek naar een hostel, loop rond in de stad, zit een uur op een bankje in een park in de zon, vraag rond aan taxichauffeurs en bevind me uiteindelijk op Cerro Cordillera, een van de vele steile heuvels in deze stad. Hier vind ik een plekje om te blijven. De prijs is redelijk en de kamer groot. Het uitzicht over de stad en haven fantastisch en onderin het huis bevindt zich en Kafé waarin Andres, de eigenaar, zijn kunstvrienden en buurtbewoners ontmoet. De kelder hangt en staat vol met schilderijen, beschilderde paspoppen, foto’s, allerahande objecten, dichtbundels en een zangsetje voor optredens. Andres en Lorena huisvesten een aantal studenten in een negentiende-eeuws huis in een van de oude wijken van de stad en proberen daarnaast hun wijk leefbaar te houden. Deze week organiseren ze een buurtfestival op het pleintje voor de deur met exposities, optredens en gezamenlijke maaltijden. Op het moment van schrijven zijn er workshops voor kinderen en schalt de muziek uit de luidsprekers onder mijn raam boven het pleintje.


Enkele jaren geleden is het oude centrum van Valparaiso door Unesco op de Werelderfgoedlijst gezet. Gesticht door de Spanjaarden rond 1600 was Valparaiso (“Paradijselijke vallei”) eeuwenlang de belangrijkste havenstad aan de westkust van Zuid-Amerika. Het was voor de Kaap Hoorners de eerste stop na Buenos Aires. De stad verviel in armoede na de aanleg van het Panamakanaal en kent ook nu veel werkloosheid, rond de 20%. Veel geld voor renovatie van het centrum is er niet, maar voor mij maakt dat de sfeer. Steile trappen, oude houten huizen, klene pleintjes, schilderingen op de muren en overal honden. Maar liefst zes mensen vertellen me onafhankelijk van elkaar dat de wijk waar ik me bevind ‘s avonds niet veilig is.

Pleintje voor het hostel

De eerste dag loop ik rond door de stad, beklim de steile heuvels en geniet van het fantastische uitzicht over de stad en het water. Pablo Neruda, dichter en Nobelprijswinnaar, had hier een van zijn huizen, La Sebastiana. Ik ga ernaar op zoek, maar verdwaal in de steegjes, raak lang in gesprek met enkele Chileense mannen die op hun zondagmiddag langzaam dronken aan het worden zijn en zwerf wat doelloos rond. Via Couchsurfing, een website waarop mensen hun bank als gratis slaapplaats aanbieden, had ik geprobeerd om een plekje te regelen. Hannes, een Duitse uitwisselstudent die hier een jaar woont, reageerde, maar verhuist net dit weekend. Toch neem ik contact op en we spreken af. Hij is in het gezelschap van Jem, een Australische journalist die net een jaar heeft gewerkt in Jakarta, ook ontmoet via Couchsurfing. Met hen breng ik de volgende dagen veel tijd door. Volkomen toevallig woont Hannes net om de hoek van mijn hostel, hemelsbreed misschien 25 meter.

We gaan in de avonden uit, drinken witte wijn met sinaasappelsap (niet aan te raden) en ontmoeten de vrienden van Hannes. Valparaiso staat bekend als een bohemische stad met veel studenten. In de cafe’s waar we komen hangt een kunstenaarsfeer, met optredens van studenten van de theateracademie en types met gitaar die vervolgens met de pet rond gaan. Met Jem ga ik naar Isla Negra, 100 km ten zuiden van de stad, waar Pablo Neruda een van zijn andere huizen had. Dit huis is, zoals de andere, niet geplunderd door het leger na de coupe in 1973 en hangt vol met allerlei voorwerpen die de poëet verzamelde. Het uitzicht vanuit de slaapkamer over de oceaan is geweldig! Pablo Neruda was communist en consul voor Chili in verschillende landen in Azie en Europa. Ambassadeur voor Salvador Allende in Parijs ontvangt hij de Nobelprijs voor de literatuur in 1971. In 1973, 12 dagen na de coupe van Pinochet overlijdt Neruda, naar men zegt uit verdriet. Zijn graf kijkt uit over zee in de tuin van zijn huis in Isla Negra.

Casa Neruda in Isla Negra

Isla Negra

Ik ontmoet meer kunstenaars. Om de hoek van het hostel is een museum waar een expositie is Carol Martinez, een abstract schilder. Hij geeft me een rondleiding en we bekijken zijn werk. Hij logeert met zijn vrouw bij Andres en Lorena en we komen elkaar in de keuken tegen. Zijn vrouw blijkt Duits te spreken en ze vertelt dat ze de eerste elf jaar van haar leven in Oost-Berlijn heeft gewoond. Haar vader was minister van binnenlandse zaken onder Allende en moest het land ontvluchten tijdens de coupe. Ik merk dat de Chilenen heel open spreken over hun verleden en huidige politiek. Ik vraag er meestal niet al te direct naar, maar men heeft een goed beeld van de positie van Chili in de rest van de wereld. Velen zijn ontevreden met de gang van zaken in het land, maar zijn ook lijdzaam. In Zuid-Amerika verwacht men niet al te veel van de politiek.

Zo heeft iedereen zijn of haar verhaal. Juan in de kamer naast me studeert voor kok en werkt in een restaurant. Lange dagen, maar hij is blij dat hij werk heeft. Nina uit Zweden, die al bijna twee jaar in Valparaiso woont en die ik ook in de keuken tegenkom vertelt me dat ze na een uitwisseling als student aan de kunstacademie is blijven hangen. Werk vinden is echter moeilijk en ze vertelt dat de mensen niet echt dol zijn op buitenlanders. Zelf merk ik dat ook, overal roepen mensen me “gringo!” na en willen ze geld van me... McDonalds heeft geen enkele vestiging in de stad omdat de ruiten telkens werden ingegooid. In de rijkere en mondainere zusterstad Viña del Mar, aan de andere kant van de baai, is de sfeer anders en vind je torenflats en winkelketens. Valparaiso is daarentegen in een neerwaartse spiraal terechtgekomen.

Nina verkoopt nu Zweedse chocoladeballetjes op straat, werk waarmee ze net voldoende geld verdient voor de huur. Ze twijfelt of ze haar terugvlucht naar Zweden, volgende maand, zal laten verlopen of niet. Terug naar het koude Europa, naar een anonieme buitenwijk van Stockholm, wil ze eigenlijk niet. Zittend in de zon aan de keukentafel op de veranda, uitkijkend over de stad, muziek van het pleintje op de achtergrond, ben ik het grondig met haar eens.

Uitzicht op zee vanuit het huis van Neruda in Isla Negra

12 juli 2009

Parque Nacional Puyehue

Het gebied dat ik al sinds ik Ushuaia in het oog heb heet Puyehue en bestaat uit een meer en een vulkaan. In de zomer is het gemakkelijk te bereiken per bus of liftend vanuit Osorno, maar nu in de winter is het wat ingewikkelder. Het weer werkt ook niet mee, in het bezoekerscentrum zie ik dat het hier 3500 mm regent per jaar, waarvan het meeste in juli...

Na een busrit en een lift van een politieagent sta ik bij het kantoor van CONAF, de Chileense Staatsbosbeheer. Ik schrijf mijn naam in het gastenboek en zie dat ik de eerste ben in drie maanden die hier komt wandelen. Teruglopen over de weg naar het begin van de wandeling.

Vanwege de hevige regen is het pad baar boven diep uitgesleten. Soms klim ik tussen twee metershoge wanden van modder door, soms moet ik over geulen springen en soms door diepe plassen waden. Op de lagere hellingen groeit bamboe en daar kun je goede wandelstokken mee maken. Met voor zes dagen voedsel op mijn rug is het stijgen niet eenvoudig en ik moet af en toe behoorlijk afzien. Als ik de sneeuwgrens passeer, op 1200 meter, wordt het lopen nog lastiger omdat ik nu eerst een gat moet trappen in de sneeuw en daarna pas mijn gewicht optillen.

Halverwege de vulkaan staat een refugio, dat is mijn doel voor vandaag. Hij is prachtig gelegen en even als ik aankom zie ik de vulkaankegel voor me. Ook direct voor het laatst want het weer slaat om. Ik maak vuur en eten en ga slapen. Morgen, als het kan, wil ik omhoog.

In de ochtend ziet het er slecht uit daarboven, maar ik begin toch, stel je voor dat er over 2 uur een prachtig gat in de wolken zit en ik nog moet beginnen? De sneeuw wordt al snel harder en ik loop over het vulkanische puimsteen naar boven. Ik houd de weg terug goed in de gaten, voor als de bewolking toeneemt; ik heb geen kaart of kompas. Even krijg ik een zicht op de top dat echter weer snel wegtrekt.

Terwijl ik omhoog klim denk ik na over het boek dat ik aan het lezen ben: Zen & the art of motorcycle maintenance. Dit gaat helemaal niet over motorfietsen, maar over (wetenschaps-)filosofie en de zoektocht naar het Goede en Kwaliteit. Net die ochtend had ik gelezen:

Wanneer je probeert een berg te beklimmen om te laten zien hoe flink je bent, zul je zelden slagen. En zelfs wanneer je slaagt, is het een loze overwinning. Om de overwinning te staven, moet je jezelf keer op keer op een andere manier opnieuw bewijzen, keer op keer, voor eeuwig gedoemd aan een vals beeld te beantwoorden, geplaagd door de angst dat iemand erachter zal komen dat het beeld niet klopt. Dat kan nooit de manier zijn. (hoofdstuk 17)

Waarom beklim ik deze vulkanische berg? Waarom ben ik hier alleen? Wat wil ik bewijzen? Ik houd mezelf voor dat ik de krater wil zien, dat is mijn "missie" op deze reis: landschappen zien. En zoals het er nu uitziet valt er helemaal niets meer te zien. De wind neemt sterk toe, de wolken omgeven me en met mijn rug in de wind ga ik in de witheid zitten staren, wachten tot het beter wordt.

Het wordt niet beter. Eerder slechter en ik besluit terug te keren. Morgen nog een poging?

De volgende dag geen nieuwe poging, het weer is nog slechter, het regent nu zelfs en de sneeuw smelt. Ik lees mijn boek, hak hout met een botte bijl en stook het vuur hoog op in de kachel. In de tweede helft van de middag ziet het er niet naar uit dat het ooit nog beter wordt en ik pak mijn spullen in. Ik voel me geenszins verslagen door de berg, het was immers mijn eigen keuze terug te keren. Ook de alleenheid hierboven staat me niet tegen. Toch wil ik verder, terug naar beneden en mijn reis vervolgen.

In de sneeuw voor me staan mijn voetstappen. In mijn voetstappen staat een afdruk: vier tenen en een voetbed. Puma!

De hele weg naar beneden denk ik aan een hongerige puma die me zachtjes besluipt. De regen valt zwaar op me neer en alles dat droog was is nu nat. Het pad is een kleine rivier en ik moet goed opletten dat ik mijn voeten goed neerzet. Dit is niet het moment om een enkel te verzwikken...

Beneden is een prachtige vlakte met vlakbij een riviertje. Omdat ik morgenochtend wil liften en er 800 km naar Valparaiso op het programma staan, besluit ik hier te overnachten en vroeg in de ochtend naar de weg te lopen. Het regent nog steeds.

In de ochtend merk ik dat mijn waterfles is ingedeukt: de luchtdruk aan de buitenzijde is groter dan aan de binnenzijde (gelijk aan gisteravond toen ik de fles sloot). Dat betekent dat de luchtdruk is gestegen, mooi weer in aantocht! Er zit ijs op mijn tent en rijp op het gras. Het was koud vannacht, dus helder. Omdat het nog donker is kan ik niet zien of er wolken zijn.

Dat verandert als ik terugloop over de vlakte: een diepblauwe lucht zonder wolken. Voor me hoge cypressen, daarachter een bergwand vol coigue en nire en daarboven: schitterend wit in het vroege zonlicht een vulkanisch landschap bedekt met sneeuw. De ronde vormen van de bergen zijn onmiskenbaar en ik gun mezelf tenminste dan dit uitzicht.

Even later sta ik in de zon te liften naar Osorno.

10 juli 2009

Isla de Chiloe & Region de los Lagos

Quellon heb ik al snel gezien. Het is een stadje aan het einde van de Pan-amerikaanse snelweg vanaf Alaska, maar veel valt er niet te doen of te zien. De dag nadat ik eraan kom pak ik een bus en ga naar een klein eilandje voor de kust, Isla Lemuy. Het is al laat en donker als de ferry me overzet en ik zet mijn tentje op in een oude appelboomgaard. De volgende dag wandel ik naar Puqueldon, het enige dorp van betekenis. Het regent om de vijf minuten dat het giet en daarna wordt het weer even droog.

Droevendaal of Chiloe?

Overal om me heen kleine boerderijtjes, met kippen onder de appelbomen en varkens die scharrelen. Het doet me denken aan Droevendaal waar ik in Wageningen woonde. Zo heeft Nederland er ooit ook eens uitgezien, voor de grootschalige landbouw haar intrede deed. Het landschap is wat glooiender dan Nederland, en natter, waarmee het op Ierland of Bretagne lijkt. Isla Chiloe wordt al lang bewoond. Het maakte deel uit van het woongebied van de Mapuches ("mensen van de aarde") die als enige cultuur bestand waren tegen de Inca´s en zich later verzetten tegen de Spanjaarden. Een heel vredig gebied nu.
Alle graven versierd met plastic bloemen
Kerkje van Castro, Werelderfgoedlijst Unesco

De regen zet door en als het echt giet sta ik weer op de veerboot naar het grote eiland. Vandaar naar Castro en naar het noordelijke puntje van het eiland. Het systeem van openbaar vervoer is uitzonderlijk goed. De minibussen rijden zijn geprivatiseerd, rijden overal en stoppen overal om pssagiers op te pakken en af te zetten. De prijzen zijn met een euro per uur heel redelijk. Op de ferry naar het vasteland stap ik op de bus naar Puerto Montt, bedoeld eindpunt van de reis met Rebellion. Het ligt schitterend aan een baai en is een drukke stad met veel werkzaamheden. Ik kies voor Puerto Varas, iets noordelijker aan het Lago Llanquihue. In dit gebied zijn aan het einde van de negentiende eeuw veel Duitsers gaan wonen. Dat zie je nu nog overal terug. Tortas heten Kuchen, cafe heet Kaffee en zelfs de bomberos heten hier Feuerwehr!

In de twee dagen erna reis ik met bussen en liftend rond het meer en tref een allerlieflijkst landschap aan. De omgeving glooit licht en overal staan hoeven, die zo uit het Zwarte Woud lijken te komen. De koeien zijn weer zwart met wit, net als thuis, en ook hier geldt: ruilverkaveling en schaalvergroting kent men niet en de allesoverheersende golfplaten schuren missen hier! In plaats daarvan zijn ze van hout, staan er bomen in de weiden en eten de koeien gras. Nadeel van dit gebied is wel dat het nat is: het regent zo´n 2000 mm per jaar, twee-en-een-half maal zoveel als in Nederland en dat is goed te merken. Verder oostelijk, meer naar de Andes is de neerslag met 3000 tot 4000 mm zelfs nog stukken hoger. Nog niets echter in vergelijking met een plek ten zuiden van Chiloe, waar het jaarlijks 13000 mm regent! Dat is dus 13 meter regen per jaar, bijna net zoveel als op de natste plaats op aarde, Cherrapunji in India!


Kanaal Achao tussen Chiloe en vasteland Chili

Het meer Llanquihue wordt geflankeerd door vulkanen. Ze hebben een klassieke strato-vorm, rond van onder tot boven met een open krater bovenop. Mits het weer goed is (dus zelden) vallen ze goed te zien. Voor mij zijn dit de eerste echte vulkanen die ik zie en in de komende dagen wil ik er een beklimmen.

07 juli 2009

Lifthelden

Esteban - Ushuaia naar Rio Grande - 260 km - 3 uur

Dionysis - Rio Grande naar Fitzroy - 1300 km - 24 uur

Rene - Fitzroy naar Caleta Olivia - 70 km - 1 uur

Andre - Caleta Olivia naar Pico Truncado - 50 km - half uur

Augusto - Pico Truncado naar Koluel Kayke - 15 km - 10 minuten
Luis - Koluel Kayke naar Los Antiguos - 210 km - 2 uur

Patricio - Coihaique naar Puerto Aisen - 45 km - 3 kwartier

04 juli 2009

In Patagonia

De titel van dit bericht is ook de titel van een boek dat Bruce Chatwin in de jaren zeventig schreef over zijn reis door Patagonia. Het boek geldt als een klassieker in de reisliteratuur en stond op mijn lijstje dat ik las ter voorbereiding van deze reis. Wat me het meest is bijgebleven van zijn boek is de verhalen over fossielen en het verhaal over Butch Cassidy and the Sundance Kid (twee vermaarde bankrovers uit de VS die hun toevlucht zochten op een estancia in een afgelegen en bergachtige deel van Chileens Patagonia.

Nu ben ik zelf in Patagonia (betekenis: land van mensen met de grote voeten). Het omvat de zuidelijke hoorn van Zuid-Amerika, zowel de Chileense als Argentijnse zijde, en omvat kanalen, bergen en steppes in ongekende hoeveelheden. Precies weten doe ik het niet, maar het is waarschijnlijk even groot als de Europese Unie.

De reis door Patagonia vanaf Ushuaia naar het eiland Chiloe in Chili duurde een week. Liftend door de steppes en met bussen en boten door de bergen en kanalen. Ik had al eerder een glimp opgevangen van dit gebied tijdens de reis naar El Chalten, maar krijg er meer waardering voor als ik het landschap drie dagen lang vanachter de voorruit van een vrachtwagen aanschouw. Het land is vlak, met enkele lichte heuvels, droog, guanaco´s en struisvogels langs de weg, een enkele gaucho (cowboy) op weg van nergens naar nergens in de onmetelijke leegte en koude. Want koud is het ook, -10 ´s nachts in Rio Gallegos waar ik wijselijk een bed in een motel verkies boven mijn tent. De overige nachten kies ik wel voor mijn nieuwe tentje, een ervaring die me altijd lekker dicht bij de aarde brengt.

Uitzicht op dag 1

Vanaf Rio Grande rijd ik mee met een chauffeur die naar Buenos Aires rijdt, 3000 km verderop. Iedere twee weken rijdt hij dit traject en is in die twee weken slechts twee dagen thuis. Hij vertelt me dat hij in iedere stad een liefje heeft, maar de mannen hier vertellen allemaal dat ze meerdere vriendinnen hebben, dus ik neem het met een korreltje zout. We praten over het land, politiek (iedereen die ik sprak is ontevreden over de Argentijnse politici, vinden ze leugenaars en dieven), Nederland (la maquina naranja, de oranje machine), werk en olie en guanaco- en struisvogelvlees (Dionysis stopt niet voor dieren, vandaar). Bij mij vallen de ogen af en toe dicht als we 12 uur achtereen door de leegte rijden, maar Dionysis blijft doorrijden, radio luisterend en mate drinkend. Zo hoor ik dat Michael Jackson dood is. De radiozenders zenden vervolgens alleen maar nummers van hem uit.

Uitzicht op dag 2

Zowel op Tierra del Fuego als op het vasteland van Argentinie is veel oliewinning. Het landschap staat op sommige plekken vol met jaknikkers en de enige werkgelegenheid in sommige dorpjes is de olie. Dit geeft ook een nieuwe betekenis aan de naam Vuurland, de affakkelinstallaties geven ´s nachts gele vlammen af in de donkere nacht. Oorsponkelijk werd de naam Vuurland door Magelhaen gegeven vanwege de vuren die de Indianen aan de kust brandden om elkaar te waarschuwen voor de vreemde, Europese, schepen die ze aan zagen varen.

Uitzicht op dag 3

In Fitzroy breng ik een nacht in het zand door, vlak langs de enige weg naar het noorden. Ik wil hier west afslaan, richting Chili, over de Ruta 43. Helaas is deze nog niet geheel geasfalteerd en dus niet aantrekkelijk voor verkeer. Er passeren 4 auto´s met werkverkeer in een uur en ik besluit via Caleta Olivia te reizen, 100 km noordelijker en vervolgens 100 km in zuidwestelijke richting door te gaan. Vanaf Pico Truncado krijg ik een lift die me met 150 km per uur naar de grens met Chili brengt. Om de 100 km een dorpje en als het niet zo koud was waande ik me in het Wilde Westen.

Wachten op een auto

Tegen de avond van de derde dag bereik ik de grens met Chili die ik lopend oversteek. Helaas staan de grensposten zo´n 15 km van elkaar af en zit er niets anders op dan een wandeling in het donker. Ik bereik Chile Chico en zet mijn tentje op langs de Carretera Austral, de (ongeasfalteerde) "snelweg" die in de jaren tachtig is aangelegd door Pinochet. Chili is hier duidelijk anders dan Argentinie, natter vooral, maar ook iets rijker en schoner. In Argentinie ligt overal plastic langs de weg en hier hebben de huisjes vrolijke kleuren. De volgende dag steek ik het meer over en beland in Coihaique, de enige echte stad van Chileens Patagonia.

Onverwacht gaat er toch een boot op zondag vanuit Chile Chico naar Pt. Ibañez

Als ik de dag daarop langs de weg sta krijg ik een lift van een vrachtwagenchauffeur die me vanalles over het vertelt. Hij rijdt zelf een 4x4 en is op weg naar zijn werk als ik hem goed begrijp. Het landschap doet me denken aan Zwitserland. Een goede weg door een vallei met aan weerszijden steile bergwanden die hoog oprijzen. In het dal een schoolvoorbeeld van een meanderende rivier en in de lucht prachtige wolkenformaties. Het is hier mooi.

Zonsopkomst in Chacabuco

In Chacabuco wil ik de boot nemen naar het eiland Chiloe. In de Lonely Planet werd gewaarschuwd dat reizen in Chileens Patagonia vaak langzaam gaat en dat is waar: de boot vertrekt een volle dag later dan volgens schema en doet er vanwege slecht weer ook stukken langer over. Twee volle dagen zit ik met Anne, een Franse zeilster en journalist die ik in Ushuaia heb leren kennen, op de boot en kijken we slechte films en het laaste concert van Michael Jackson. We varen door de kanalen van eiland naar eiland en nemen onderweg passagiers en vracht mee. Voor sommige nederzettingen geldt hier dat ze alleen per water, eenmaal of tweemaal per week, te bereiken vallen.

Enkele nederzettingen kunnen alleen per boot worden bereikt

Het regent veel. Door de muur die de Andes vormt voor de aanstormende depressies vanaf de Pacifische zijde is de westkant van de Cordillera Andes zeer nat en de andere zeer droog. We zien dan ook niet veel van het landschap, op groene eilanden en mist na. Hier had ik gepland met Rebellion te varen, en even moet ik denken aan Steve, een Amerikaan die ik in Mar del Plata en Ushuaia heb leren kennen en die hier nu in zijn eentje in enkele maanden van Ushuaia naar Puerto Montt vaart. Nat, grauw en donker, dat zijn de belangrijkste kenmerken hier. (Overigens is een van de natste plekken van Chili vlakbij hier aangetroffen, met een regenval van meer dan 13 meter per jaar natter dan veel tropische regenwouden en ongeveer 16 keer zo nat als Nederland.

We bereiken Quellon op Isla Grande de Chiloe en zijn nu "officieel" niet meer in Patagonia. Op weg naar een van de droogste gebieden op aarde, de Atacama woestijn in noord-Chili, waar het nooit regent. Land van extremen.

Voetnoot: lees voor een mooie (engelstalige) impressie van de kunst van het liften in Patagonia dit verslag van een vriend van me, John, die ik in Ushuaia heb keren kennen (dezelfde die met mij van een berg viel).