25 december 2009

South Georgia!

Welkom op South Georgia! Twee maanden oude zee-olifant (reeds 150 kilo)

Zaterdag 19/12, 00:00. Positie 51°48' S, 56°42' W, COG (course over ground) 107°, SOG (speed over ground) 5,7 knoop, motorzeilend. Vanmiddag om precies 16:00 vertrokken uit Stanley op de Falklands en nog ongeveer 100 uur te gaan tot aan de Shag Rocks, iets meer dan halverwege tot South Georgia. Weinig wind en een behoorlijke deining uit het zuiden, zodat het best even wennen is aan de beweging van de boot. Kiwiroa ligt vrij hoog op het water, zodat de slingeringen fors zijn. Avondmaal was nasi, en juist op tijd klaar want veel langer had ik niet binnen boven de kerosine-brander kunnen koken. Zonsondergang rond 21:40, begeleidt door tientallen vogels, waaronders veel stormvogels en enkele albatrossen. Zelfs na middernacht is het nog licht in het zuiden: een rood-oranje-gele-groene-blauwe waas spreidt zich uit over de horizon. Heldere nacht en aan de hemel staan duizenden sterren. Prominent zichtbaar is Orion en ik vraag me af of deze op het Noordelijk Halfrond ook te zien is in deze tijd van het jaar.

Zonsopkomst, 2:35 's nachts, aankomst South Georgia

Zondag 20/12, 01:00. Positie 52°28' S, 51°55' W, COG 103°, SOG 8,7 knoop, zeilend met dubbel rif en yankee. Al meer dan 30 uur onderweg en meer dan 300 kilometer afgelegd, De wind komt sinds vanochtend uit het noordwesten en neemt langzaam in kracht toe. Deining momenteel rond de twee meter, met uitschieters tot drie. De boot maakt af en toe flinke klappen op het water, maar houdt zich prima: de hele dag niet onder de 8 knopen gevaren (15 km/u). Discussie van de dag: hoe herken je een reuzenalbatros? Men zegt dat je de geest van een verdronken zeeman ziet als je het dier aankijkt. Ik heb er al heel wat aangekeken, de enorme vogels glijden soms op maar vijf meter afstand van de boot langs; geen geesten gezien. Wel veel ontzag voor deze vogel die strikt monogaam is en volgens zeggen tot wel 60 jaar oud kan worden! Avondeten: chili con carne zonder rijst maar met aardappelen, best lekker. Temperatuur daalt langzaam, nu net boven de 10°C met luchtvochtigheid van 85%. Binnen een dag passeren we de Antarctische convergentiezone, waar koud zoet water van Antarctica het warmere zoute water van de tropen verdrijft. Moet nog wennen aan de beweging van de boot, en voel me net als Danny nog niet optimaal op zee. Geen andere schepen gezien sinds ons vertrek. Ik voel me bevoorrecht deze laatste wildernis, de oceaan beneden de 50° zuid, te mogen leren kennen.

Zondag 20/12, 22:00. Positie 52°55' S, 47°31' W, COG 103°, SOG 7,8 knoop, zeilend met één rif en genua. Wind nog steeds noordwestelijk, rond de 20 knopen, bakstag. Deining vanuit het zuidwesten (vanuit Drake Passage) is er nauwelijks, slechts langzame golven vanuit de noordelijke atlantische oceaan. Aan de beweging daarvan ben ik nu gewend en het boordleven heeft een langzame routine aangenomen. Danny en ik delen de nachtwachten, terwijl Peter slaapt als het kan. We maken een geweldige voortgang van 180 mijl of meer per dag zonder dat we de zeilen hoeven aan te raken. Boordroutine bestaat uit eten koken, weerbericht ophalen, eten, slapen en lezen. Op de uitkijk staan betekent elke tien minuten een blik naar buiten werpen om te zien dat er geen andere schepen zijn. We komen nu wel in gebied waar soms ijsbergen worden gezien en die vormen straks wel een serieuze bedreiging. Ben helaas mijn MP3-speler vergeten in Ushuaia, zodat ik nu twee maanden muziekloos door het leven moet. Heb al drie boeken uitgelezen in vier dagen... Avondmaaltijd: meatballs in hot sauce, met rijst en veel verse groente.

Dinsdag 22/12, 12:00. Positie 53°28' S, 39°46' W, COG 104°, SOG 6,0 knoop. De wind is nu afgenomen en krimpt naar het westen, zodat we nu alleen op grootzeil voor de wind zeilen. We hebben zojuist de yankee weggehaald en kwamen verkleumd weer naar binnen. Het is behoorlijk koud buiten en dat terwijl het zomer zou moeten zijn! Om ons heen een mistige horizon, zodat we niet meer dan een kilometer om ons heen zien. Volgens Peter, die met Kiwiroa non-stop vanuit Nieuw-Zeeland naar Chili zeilde, een typische toestand voor de atmosfeer in de Zuidelijke Oceaan. Niet ideaal om ijsbergen te spotten, maar we vermoeden dat er zich hier geen bevinden. Gelukkig maar, want vannacht liepen we met 9 knopen voor de wind weg en was het onmogelijk iets te zien om ons heen. Een soort Russische roulette met ijsbergen dus. Ik verlies ondertussen het besef van de tijd en alleen de donkere schemering van enkele uren rond middernacht vertelt me dat we een nieuwe dag begonnen zijn. Nog een kleine 100 mijl tot aan Cumberland Bay op South Georgia, waar we onze landing permit moeten ophalen. Peter heeft de snelheid wat uit de boot gehaald zodat we niet in de nacht zullen aankomen. Wel wordt duidelijk dat we voor Kerst op South Georgia zullen zijn, in een behoorlijke snelle tijd van onder de vijf dagen vanaf de Falklands.

Woensdag 23/12, 02:00. Positie 53°53' S, 37°45' W, COG 100°, SOG 2,3 knoop. Net na het avondeten vanavond ving ik de eerste glimp op van South Georgia: een scherpe piek verborgen in de grijze mist. Momenteel is het al weer licht aan het worden en liggen we te dobberen voor de noordwestelijke kust van het eiland. Helaas is de wind weggevallen. Maar wat een uitzicht! Net zichtbaar in het westen zijn enkele hoge bergpieken, terwijl in het oosten de toppen donker afsteken tegen de schemering, die nu in rood, oranje, geel en groen de nacht verdrijft. Niet dat er van veel nacht sprake is geweest, gisteren was de kortste nacht van het jaar en helemaal donker is het nooit geweest in de afgelopen dagen. Een zwerm vroege vogels vliegt rond de boot, als herauten van het land. We gooien de motor aan, zodat we hopelijk rond de middag aankomen in Grytviken, het oude walvisstation in Cumberland Bay waar de autoriteiten zich bevinden. Mijn wacht zit erop, ik wek Danny en ga slapen.

Woensdag 23/12, 06:00. Positie 53°58' S, 37°58' W, COG 100°, SOG 6,1 knoop. Een harde klap maakt een einde aan onze plannen voor de komende weken. Nadat Peter en Danny het grootzeil hebben gereefd, brengt de automatische piloot de boot terug op de voordewindse koers. Daarbij overstuurt de autopiloot met een klapgijp als gevolg. De wind is vrij sterk en de bulletalie die normaal deze klap moet opvangen staat niet volledig gespannen, zodat de aluminium giek als een luciferhoutje in twee stukken breekt. Ik lig te slapen en wordt wakker van de klap. Danny tikt op mijn luik, ik schiet mijn zeilkleding aan en kom naar buiten. Het duurt een volle minuut voor ik doorheb dat de giek gebroken is, bizarre sfeer aan boord zo in de vroege ochtend. Met zijn drieen trekken we het grootzeil omlaag en brengen de boot op koers met de motor.

Gebroken giek, zichtbaar is de afgebroken helft, de andere helft hangt onder het zeil

Woensdag 23/12, 08:00. 54°03' S, 38°15' W, COG 130°, SOG 6,5 knoop. We zijn twee uur bezig geweest om de gebroken giek te bergen en het grootzeil los te maken en op te vouwen. We zijn nog maar drie uur weg van Grytviken en voor de wind is deze veilige haven gemakkelijk te bereiken. We ontmantelen alle lijnen van en naar de giek en bergen de gebroken helft op het achterdek. Aan stuurboord glijden nu de bergen van South Georgia voorbij, enorme gletsjers komen naar beneden vanaf de besneeuwde hellingen. In het water steken nieuwsgierige pelsrobben de koppen boven het water. Welkom op South Georgia! Woensdag 23/12, 10:00. Tijuca-jetty, Grytviken, Cumberland Bay, South Georgia. Na 4,5 dag liggen we aan de steiger op South Georgia. De aanloop was fantastisch, een spektakel voor de ogen: bergen, gletsjers, water in verschillende kleuren (als gevolg van het meegevoerde gletsjerslib), pinguins en pelsrobben in het water, alles van een uitzonderlijke kwaliteit om te zien. We worden bezocht door de mensen die in het museum werken, worden uitgenodigd voor de Kerstmis in het kerkje en krijgen bezoek van één van de twee overheidsdienaren op het eiland. Hij draagt een jas met “fisheries-officer”, maar is tegelijk ook douane, marechaussee, reddingdienst en manus-van-alles. Zijn vrouw die ons ook al kwam begroeten (er wonen maar 14 mensen op het eiland en na een half uur kennen we de helft al) werkt in het museum en het postkantoor (South Georgia heeft een levendige filatelie). We krijgen een uitgebreide preek over wat we wel en niet mogen doen. Zo moeten we bijvoorbeeld alle klittenband in onze kleding vrijmaken van zaden van buiten het eiland en alle schoenzolen desinfecteren met een chemisch goedje. Als ik daarna tijd heb om een korte wandeling te maken heb ik mijn eerste confrontatie met de natuur van een subantarctisch eiland: overal beesten. De steiger naast de boot ligt vol jonge zee-olifanten, die ruftend en boerend op hun moeder wachten. Verderop staat een groepje konings-pinguins verloren naast het water, te wachten tot hun verendek is ververst. Op de strandjes tientallen jonge en oudere zee-olifanten, van 20 tot 500 kilo, die schreeuwend en vechtend en wederom ruftend en boerend in de zon liggen te bakken. Ik ben hier pas een uur of twee, maar weet nu al: deze trip ga ik nooit meer vergeten!

Koningspinguins in het licht van de ondergaan de zon

Vrijdag 25/12, 14:00. Bar, King Edward Point scientific base, Cumberland Bay, South Georgia. Peter heeft gisteren bekeken hoe de gebroken giek gerepareerd kan worden. Het blijkt dat alle beschikbare materialen voor een noodreparatie aanwezig zijn op de wetenschappelijke basis van de British Antarctic Survey (BAS). De wetenschappers en anderen die hier werken hebben ons hartelijk ontvangen en zowel op Kerstavond als Kerstdag worden we uitgenodigd voor een serie maaltijden en drinkgelagen. We hebben zelfs al gebruik gemaakt van de sauna op de basis. Gisterenavond bezochten we de kerk, waar de bemanning en gasten van het Duitse cruiseschip Hanseatic een eenvoudige dienst hielden. Een upper-class cruise, want men had geen kosten gespaard om een pianospeler en geschoolde zanger mee te nemen om enkele regels te zingen in het sfeervolle Noorse houten kerkje. Kerstdag wordt gekenmerkt door beestenweer: enorme windvlagen stormen door de baai en de wandeling van boot naar basis doorweekt me totaal. Alleen de jonge zee-olifanten lijken niet onder de indruk en liggen nog steeds boerend en ruftend met de ogen dicht in de ijskoude stortregen.

We zullen nog enkele dagen tot een week blijven op deze plek, tot de boot is gerepareerd, en ik hoop die tijd te kunnen gebruiken om een aantal wandelingen en beklimmingen te maken en wat van de geschiedenis van deze plek op te snuiven. Grytviken is de plek waar de Endurance van Ernest Shackleton haar laatste voorbereidingen trof voor haar mislukte expeditie naar de Zuidpool in 1915, welk verhaal onvergetelijk is vastgelegd in het boek “South”. Het graf van de beroemde ontdekker ligt in Grytviken, een korte wandeling tussen de pelsrobben en koningspinguins van Kiwiroa vandaan.

Ik had verwacht regelmatig updates te kunnen maken op dit weblog, door middel van emails verzonden via de korte-golf-radio aan boord. Dit blijkt echter wat lastiger dan ik verwachtte, en ik kan geen updates garanderen in de komende maand(en). Uiteraard naderhand het volledige verhaal hier!

24 december 2009

Dierenfoto's

In het afgelopen jaar heb ik heel wat foto's gemaakt, veel van landschappen en water, omdat ik vaak niets anders te zien had, en veel van dieren. Ik vind het leuk dieren te zien en te fotograferen en iets over hen te weten. Mensen fotografeer ik veel minder, portretten maken spreekt me niet zo aan. Ik bevind me ondertussen tussen de pinguins, zeeolifanten, walvissen, albatrossen op South Georgia en zodra ik weer in staat ben nieuwe foto's up te loaden zullen de onderstaande wel in het niet vallen bij al het dierenleven dat ik nu te zien krijg. Ik ben benieuwd naar commentaren!

Zeeleeuw (Otaria flavescens) - Tierra del Fuego, Chili

Kwak (Nycticorax nycticorax) - Puerto Williams, Chili (komt heel zelden voor in Nederland)
Wilde paarden (Equus caballus) - Tierra del Fuego, Argentinie
Vissen - Ilha Grande, Brazilie

Vuuroogmonjita (Xolmis pyrope) - Tierra del Fuego, Chili
Kleine miereneter (Tamandua tetradactyla) - Pantanal, Brazilie
Wenkbrauwalbatros (Diomedea melanophris) - Atlantische Oceaan, Argentinie
Magelhaanspecht (Campephilus magellanicus) - Tierra del Fuego, Argentinie
Koeien (Bos taurus) - Tierra del Fuego, Argentinie
Yacarekaaiman (Caiman yacare) - Pantanal, Brazilie
Centollon (Paralomis granulosa) - Puerto Williams, Chili
Andescondor (Vultur gryphus) - Tierra del Fuego, Argentinie
Chimango (Milvago chimango) - Tierra del Fuego, Chili
Donkergestreepte dolfijn (Lagenorhynchus obscurus) - Atlantische Oceaan, Argentinie

Zwarte gieren (Coragyps atratus) - Ilha Grande, Brazilie
Grijze arendbuizerd (?) - Rio de Janeiro, Brazilie
Blauwe ara (Anodorhynchus hyacinthinus) - Pantanal, Brazilie
Canadese bever (Castor canadensis)- Tierra del Fuego, Chili
Witoorpenseelaapje (Callithrix aurita) - Rio de Janeiro, Brazilie
Aalscholvers (mij onbekende soort)- Mar del Plata, Argentinie

17 december 2009

Puerto Williams - Ushuaia - Stanley

De dagen in Puerto Williams op Chipie verliepen snel. Paul kwam een dag na ons met Rebellion binnenlopen van een maand klimmen in de kanalen. We hadden op Rebellion een schitterende avond met maar liefst acht mensen in de boot, hamburgers van Pote (Paul's klim-maat) en klarinetspel van Thomas van Nunatak. Van een visser kregen we enkele levende koningskrabben die ons vanuit de kuip van de boot een dag lang aanstaarden, onbewust van het bad in kokend water dat wij voor hen in gedachten hadden. Op de laatste avond samen nuttigden we dus krab met de in gletsjerijs gekoelde champagne van Bart (zie verhaal gletsjertocht).

Duitse Wolf, met wie ik eerder een paar dagen in Williams doorbracht kon wel wat hulp gebruiken op zijn tocht met Philos naar Ushuaia en zo voer ik op een ochtend met Wolf en Peter (met hem en Jochen wandelde ik in mei een aantal dagen) terug naar Ushuaia. Daar wisselde ik weer van boot, ditmaal naar Aura, bemand door de jongens met die ik enkele maanden geleden in Brazilie tegenkwam en met wie ik terugvoer naar Rio de Janeiro. Zij bereiden in Ushuaia de boot voor om naar Antarctica te varen. Mogelijk komen we elkaar daarna in januari nog tegen op South Georgia.

Jochen en Peter wonen tijdens de zomer voltijd op Santa Maria Australis. Ook zij bereiden de boot voor op drie tochten van elk drie weken met betalende gasten naar Antarctica. Omdat er veel ruimte over is nodigen ze me uit de komende dagen op de boot door te brengen. We maken alles goed schoon, tanken 2000 liter diesel en gaan een paar keer wat drinken op de wal.

Ook de laatste dagen in Ushuaia verlopen snel. Ik heb een aantal dingen te regelen voor ik wegga, zoals het regelen van een vlucht naar de Falklands en het wisselen van dollars. Zulke dingen kosten nu eenmaal veel tijd in Argentinie (ik moest vier keer naar het wisselkantoor voor ik uiteindelijk geld kon wisselen). Daarnaast waren er veel ontmoetingen met andere zeilers en opvarenden, zodat ik uiteindelijk niet weg kon komen uit Ushuaia op het moment dat ik me had voorgenomen. Op het laatste moment kreeg ik nog een uitnodiging mee te zeilen naar Antarctica, welke ik uiterst decadent moest afslaan. Misschien volgend jaar?

Mijn idee was om rustig naar Rio Gallegos te reizen en daarvandaan te vliegen naar de Falklands, sorry Malvinas. In Rio Grande en Rio Gallegos had ik een slaaplek geregeld via Couchsurfing, zodat ik die steden ook wat zou kunnen leren kennen. Na slechts 5 minuten wachten in Ushuaia kreeg ik een lift naar Rio Grande. De man reed ontzettend hard en omdat hij de hele tijd met zijn mobiele telefoon bezig was reden we de helft van de tijd op de verkeerde weghelft. In Rio Grande verbleef ik bij een vrouw met haar zoon, die me verwelkomde met enkele fantastische goochel-trucs. Het waren het soort trucs dat je wel eens ziet op televisie en waarvan je denkt: dit kan niet! Kaarten in mijn hand die van kleur veranderen enzovoorts. Hij had de volgende ochtend examen Spaans en weinig zin om te studeren, zodat we tot laat in de nacht zaten te praten over zijn plannen om door het land te reizen en voorstellingen te geven.

De volgende dag moest ik 450 kilometer liften, waarvan 150 km onverhard, 2 grenzen en de Straat van Magelhaen oversteken. Vandaar dat ik na twee uur wachten in de koude wind met mijn duim omhoog wat zenuwachtig begon te worden. Net nadat ik had besloten om de bus naar Rio Gallegos te nemen stopte er een vrachtwagen in de juiste richting. Een uur later stond ik aan de grens en liet mijn paspoort stempelen. Wederom een lange tijd wachten, want het actief vragen van een lift gaat me niet zo goed af. Nadat ik had aangepapt met de lokale kioskhouder en hij me al een slaapplaats aanbood voor die avond, had ik toch weer geluk: een drietal Fransen op vakantie in een gehuurde auto stopte en nam me mee. Fijn om weer eens Engels te kunnen praten, want de gesprekken met vrachtwagenchauffeurs beginnen wat eenzijdig te worden: het gaat altijd over bier, voetbal, Nederland en wat ik van de Argentijnse meisjes vind. Rond 6 uur staken we de Straat van Magelhaen over.

Het is alweer de vijfde keer dat ik de Estrecho de Magellanes oversteek en meestal was de oversteek snel, koud en winderig. Vandaag schijnt de zon en worden we begeleid door dolfijnen. Vanuit alle richingen lijken ze te komen en springen rond de boot boven het water uit. Vanaf het dek kan ik van boven zien hoe de dolfijnen in de boeggolf spelen en af en toe boven water komen om te ademen. Ik zie de luchtgaten openen en dichtgaan. Het is fantastisch om te zien hoe elke dofijn zijn of haar eigen manier van spelen heeft: sommigen springen hoog uit het water, anderen maken een salto, een ander beweegt als een schroef draaiend door het water en enkelen doen simultaan sprongen. Volgens mijn informatie zijn het Cephalorhynchus commersonii, ofwel Commerson's dolfijnen, herkenbaar aan hun wit-zwarte romp.

Een uur of twee later ben ik in Rio Gallegos waar een vrachtwagenchauffeur me afzet op het busstation. Vanaf hier neem ik het vliegtuig naar de Falklands. Het is me nog steeds niet duidelijk of ik wel aan boord kan. Het ticket is normaal te koop, maar waarschijnlijk kan ik geen stempel krijgen dat ik Argentinie verlaat. Ik verwacht een bijna leeg vliegtuig, maar het rugbyteam uit het vorige verhaal vult de meeste beschikbare stoelen. De vlucht verloopt snel, het is slechts een uurtje vliegen en als we door de wolken breken en de eilanden van boven zien, valt me direct op hoe sterk het lijkt op de vlaktes van Patagonia. Waarom de Argentijnen zonodig de vlag willen planten op deze koude, kale, winderige en boomloze vlaktes ontgaat me geheel.

Mount Pleasant is een militair vliegveld en het vliegtuig houdt halt naast enkele toestellen van de Royal Air Force. Sinds de Falklandoorlog zijn er veel Britten gelegerd op de Falklands, 3000 soldaten in totaal, ongeveer evenveel als er inwoners zijn. De soldaten wonen er werken op hun eigen basis, zodat er van militaire aanwezigheid in Stanley, de hoofdstad (met krap 2500 inwoners natuurlijk nog niet eens een dorp) geen sprake is. Wel overal herinneringen aan de oorlog. Tony, onze gids over wie ik al schreef in het vorige bericht, rijdt ons rond over een deel van het eiland en laat ons zien uit welke richting de Engelsen kwamen en hoe ze gaandeweg alle heuveltoppen opruimden en schoonveegden. Tijdens de grondgevechten sneuvelden bijna 900 man, waarvan 650 Argentijnen, en Tony vertelt ons dat hij er 37 eigenhandig heeft begraven om te voorkomen dat de talloze vogels op de eilanden de lichamen zouden eten.

We rijden langs een aantal mijnenvelden. Een groep Zimbabwianen is ingehuurd om de mijnen te ruimen en waarschijnlijk hebben ze nog tot ver in deze eeuw werk. Het is wat verwarrend om een groep Afrikanen, met dikke jassen en mutsen op tegen de snijdende wind, langs de weg tegen te komen. Het voelt als een soort moderne slavernij, terwijl ze best goed betaald worden (voor Zimbabwiaanse begrippen tenminste). We bezoeken een plek die vanuit de Britse posities werd beschoten en moeten om de bomkraters heen slalommen. Op een plek vinden we maar liefst drie kraters naast elkaar, volgens Tony 500-ponders, en hij vertelt: “Usually they dropped 'm in pairs so there should be one still out there, unexploded”. Heel voorzichtig lopen we dus terug naar de Landrover.

In drie dagen Stanley heb ik slechts een auto gezien die geen 4x4 is. Landrover is duidelijk het favoriete merk, gevolgd door Toyota en Mitsubishi. Tot de oorlog waren er geen wegen buiten Stanley en was 10 km/h een mooie gemiddelde snelheid om in je 4x4 over de eilanden te reizen. Nog steeds is er slechts beperkt asfalt aanwezig. Stanley zelf doet me denken aan een heel rustige buitenwijk in een klein Welsh plaatsje. Maar wat een verschil met Argentinie! Ten eerste ligt er geen afval op straat of in de tuinen. Alle huizen zijn netjes geverfd en onderhouden. Er lopen geen honden los. De auto's rijden langzaam. Er zijn bijna geen mensen op straat. Voor mij is het een aangename verandering na een jaar in Zuid-Amerika, hoewel het leven hier ook wel saai te noemen valt. Na 6 uur 's avonds zie je niemand meer op straat. Het is bijna niet voor te stellen hoe leeg de eilanden zijn: een dorpje zoals op een klein Waddeneiland, op een eiland dat bijna even groot is als Nederland!

Kiwiroa ligt aan een boei voor de kade van Stanley en de eerste dagen gebruiken we om elkaar en de boot wat te leren kennen. Peter is de kapitein van de boot en heeft Kiwiroa zelf bedacht en gebouwd. Ik ben nog nooit in een boot geweest die zo doordacht en stevig uitgevoerd is als deze. Voor de toch wel stevige reis naar South Georgia (veel wind, ijsbergen, slechte beschikbare kaarten en lange periode van zelfvoorzienendheid) is dit misschien wel een van de beste (lees: sterkste) jachten die je kunt wensen. Peter is wel heel erg voorzichtig met zijn jacht en het duurt dan ook minstens drie dagen voor we de meeste details kennen waar we op zullen moeten letten. Gelukkig weet hij dit zelf en kan er ook we om lachen. Peter's vrouw Jo is net naar Nieuw-Zeeland gegaan. Zij heeft na 30 jaar rond de wereld zeilen genoeg van het zeilersleven en ziet de tocht naar South Georgia niet meer zitten. Peter is daarin best een harde: zijn boot is belangrijker voor hem dan zijn vrouw en dat zegt ie ook zo.

Danny, de andere tochtgenoot, is een Belg (Vlaams, hoewel we uitsluitend Engels met elkaar spreken) en ook hij reist zonder zijn vriendin. Het was de bedoeling dat ze mee zou komen op deze tocht, maar ze haakte kort tevoren af. Ik dacht even dat ze niet tegen de ontberingen zou kunnen (geen kachel aan, dus binnen altijd tussen de 5 en 10 graden, geen douche voor twee maanden, plus een tocht die in de gidsen wordt aangemerkt als “de ultieme test voor de zeewaardigheid van een zeiljacht”). Haar afwezigheid blijkt van een andere reden en drukt ons meteen met de neus op de feiten van onze aanstaande isolatie voor twee maanden. Ze blijkt siliconen te hebben in haar borsten (ze komt uit Colombia, wat natuurlijk geen reden is, maar waar dit normaal schijnt te zijn) en een ervan is opengebarsten. Ze is met spoed geopereerd en enkele dagen daarop wachten had haar dood kunnen betekenen. Als dit twee weken later was gebeurd op volle zee waren wij met een levensbedreigende situatie geconfronteerd en was tijdige evacuatie misschien wel onmogelijk geweest. Een geluk bij een ongeluk dus?

De groentenboer brengt onze voorraden groente en fruit voor twee maanden. Het is ongelooflijk wat verse spullen hier kosten. Zeven euro voor een kilo sinaasappels, zes euro voor 8 vissticks en vijf euro voor een verlept bosje sla. Wat dat betreft kun je beter op het vasteland zijn! Net als in Puerto Williams (Chili) zijn de verse spullen de overblijfselen aan het einde van de verkoopketen (zeer ver weg van de plek van productie) en is de kwaliteit vaak slecht. Enkele weken geleden arriveerde er een Argentijnse band op het eiland, waardoor er een ton aan verse producten moest worden achtergelaten op het vliegveld in Punta Arenas. Er was een weeklang niets vers te eten op het eiland, wat tot behoorlijk scheve gezichten leidde...

We snijden het schaap dat in de koelkast zit in kleinere stukken en vullen de watertanks. We doen het rustig aan, om elkaar en de boot wat beter te leren kennen voor we twee maanden het ruime sop kiezen. Samen met Danny maak ik een wandeling naar Gypsy Cove, waar de Magelhaen pinguins op het strand schijnen te zitten. Helaas heeft een cruiseschip net 3500 pasagiers uitgepoept over Stanley en zie ik dus meer in dikke mutsen geklede en met zware camera's behangen toeristen dan pinguins.

Hoewel ik me nog beter moet inlezen op South Georgia begin ik me nu pas te realiseren waar we naartoe gaan!!! Een van de mooiste en ongerepste natuurgebieden ter wereld, en volgens kenners de beste plek ter wereld om marine wildlife te zien. Als je meer wilt weten of mooie foto's wilt zien, lees dan het artikel “Resurrection Island” in de National Geographic van december 2009.

Zodra we een geschikt moment vinden in het weer (zeven opeenvolgende dagen westenwinden) gaan we ervandoor. Een volgend bericht over een week ofzo, vanaf zee!!!

15 december 2009

Falklands of Malvinas?

Las Malvinas fueran, estan y seran Argentinas” (“De Falklands waren Argentijns, zijn dat en zullen dat zijn”), “Nos volveremos!” (“We zullen terugkomen!”) en “No olvidamos a heroes de Malvinas” (“We vergeten de helden van de Falklands niet”). Zomaar wat leuzen die je veel tegenkomt in Argentinië. Daarnaast heeft bijna ieder dorp of stad wel een weg of straat genoemd naar de “helden van de Malvinas” en heet de provincie Vuurland officieel “Vuurland, Antarctica en zuid-Atlantische eilanden” (waaronder ook de South Shetland eilanden en South Georgia).

De wond van de Falklandoorlog ligt in Argentinie nog behoorlijk open. Toegegegeven, dat heeft vooral veel te maken met het trotse karakter van de Argentijn en de vernedering die het land door Margaret Thatcher werd toegebracht in 1982. Het is niet mijn bedoeling hier te vertellen hoe die oorlog verliep, of wat de geschiedenis van de Falklands precies is. Daarvoor verwijs ik naar Wikipedia dat enkele uitstekende objectieve artikelen heeft over het onderwerp.

De geschiedenis van de eilanden is dusdanig gecompliceerd, dat voor mij ook niet duidelijk is wie er nu de sterkste claim heeft op de eilanden. De Argentijnen hebben best een goede zaak volgens mij. Zowel de Fransen als de Britten als de Spanjaarden hadden op enig moment controle over de eilanden en geografisch maken de eilanden deel uit van de continentale plaat van Zuid-Amerika. Feit is dat de eilanden door Britten worden bewoond en Brittannie na de Falklandoorlog absoluut niet aan opgeven denkt.

Gevolgen op dit moment: de Falklands zijn een behoorlijke last voor de Britse belastingbetaler, er zijn meer soldaten dan inwoners, ze liggen vol met niet-gekarteerde mijnenvelden en het bereiken van de eilanden is niet eenvoudig. Argentijnen zijn in de regel niet echt welkom op de eilanden, terwijl bezoekers die vanuit Argentinie vertrekken niet kunnen uitklaren in dat land (“U verlaat het land helemaal niet”), zodat je bij terugkomst naar het vasteland problemen met je visum kunt krijgen.

Een goede tip voor de beginnende toerist in Argentinië is niet over de zaak te beginnen en altijd “Malvinas” te zeggen in plaats van “Falklands”. Je haalt jezelf een hele hoop discussie op de hals, die in de kern van de zaak op een hardnekkig stuk nationalisme stuit. Persoonlijk vind ik dat iedere groep mensen met een gezamenlijke identiteit (of dat nu Mapuche-Indianen of Friezen of Tibetanen of Basken zijn) die in een democratisch besluit aangeven onafhankelijk of deel van een ander land te willen zijn, daartoe het recht heeft. De “Kelpers” (de bijnaam voor de bewoners van de eilanden) zijn in overgrote meerderheid Brits en willen dat blijven. Voor mij is dan de discussie gesloten. De Argentijnen willen hen ook niet weghebben, maar willen alleen de Argentijnse vlag kunnen planten. Tja...

Ik heb in de afgelopen maanden herhaaldelijk de kwestie kunnen bespreken met Argentijnen. Hoe gevoelig de oorlog nog ligt bleek me pas echt toen ik naar de Falklands vloog. In hetzelfde vliegtuig bevonden zich 34 Argentijnse rugbyspelers die onder de naam “Rugby sin fronteras” (rugby zonder grenzen) naar de eilanden vlogen om hun sport te promoten. Een aantal waren in de leeftijd dat ze veteraan van de oorlog zouden kunnen zijn en ik was dan ook verbaasd dat ze toegelaten werden. Helaas kregen ze geen medewerking van de overheid of het leger op de Falklands en moeten ze dus alles zelf uitzoeken. In de vertrekhal werden wat foto's gemaakt en ze wilden mij erbij hebben, zodat ik na de fotosessie in gesprek raakte met de mannen die naast me zaten in het vliegtuig. Ze vertelden me over hun projecten om rugby te promoten in arme wijken van Argentinie en hun plan om als eerst rugbyteam op Antarctica te spelen, volgend jaar. Ondertussen is de wedstrijd die ze komende week willen spelen in Stanley de eerste die sinds 1982 (sinds een week voor de oorlog) wordt gespeeld.

Een klein uur later vliegen we door een witte wereld. Opeens verdwijnen de wolken om het vliegtuig en is er grote opwinding om me heen. Beneden ons ligt West Falkland, en het eerste uitzicht op het land doet me direct denken aan Patagonia. Kaal, vlak, winderig. Nu komen de emoties van de Argentijnse rugbyspelers naar boven. Naast me zit een volwassen vent van bijna 2 meter en 120 kilo traantjes weg te pinken bij het zien van de eilanden. Alle camera's komen te voorschijn en er worden voortdurend foto's gemaakt.

De welkom van de Kelpers aan de andere kant is niet al te groot. Met zichtbaar genoegen zetten de medewerkers van de immigratiedienst een stempel “Falklands Islands” in de paspoorten van alle inkomende bezoekers. Ik word opgehaald door mijn bootgenoten en Tony. Tony is een eilander met veel invloeden en contacten. Hij woonde hier tijdens de oorlog (“I was mainly scared shit all the time”) en een aantal jaren geleden was hij vertegenwoordiger bij de VN voor de eilanden. We stappen in zijn Landrover en op het asfalt voor de terminal staan ons enkele rugbyspelers. “Let's run over some bloody Argies” is zijn (naar later blijkt sarcastisch commentaar, want Tony houd best van Argentijnen).

Men heeft aan beide kanten nog een lange weg te gaan...

07 december 2009

Een jaar op reis

Vandaag ben ik precies een jaar op reis. Een jaar in Zuid-Amerika en weg uit Nederland. Een jaar zonder vast dak, een jaar zonder familie, een jaar zonder werk, een jaar zonder zorgen, behalve de dagelijkse vraag wat ik morgen zal gaan doen.

Van de afgelopen twaalf maanden heb ik er zo'n zeven in Argentinie doorgebracht, twee in Brazilie, twee zeilend en een in Chili. Ushuaia spant de kroon met vier doorgebrachte maanden, gevolgd door Buenos Aires (twee maanden) en Campo Grande (drie weken).

Ik nu

Als je je afvraagt of ik heimwee heb: nee! Ik kan me niet herinneren dat ik het afgelopen jaar langer dan tien seconden het gevoel had dat ik liever in Nederland of Europa zou zijn. Een enkele keer, gefrustreerd door de gang van zaken hier, kwam de gedachte wel eens bij me op, of wanneer ik aan familie of vrienden dacht, dat het zou leuk zijn hen weer eens een keertje te zien, of als ik denk aan stroopwafels en brood met goede belegen kaas. Integendeel, Europa en Nederland zijn in mijn herinnering druk en gestressed. Ik denk wel eens aan de mooie landschappen in Gelderland of Friesland, aan de open luchten en aan de warme temperaturen in het voorjaar, maar dat is meer met een soort van nostalgie en minder een verlangen.

Ik heb het afgelopen jaar redelijk wat boeken gelezen. Vrij recent “The Drifters” van James Michener. Een roman over een aantal jongeren in 1969 die door Europa en Azie reizen, op de vlucht voor de maatschappij en op zoek naar een antwoord op hun diverse vragen. Ik kon me goed identifceren met een van de hoofdpersonen als hij zich afvraagt wat ze in hemelsnaam zouden moeten doen in een vaste baan en een rijtjeshuis. Ik vraag me hetzelfde af en vrees dat ik voorgoed verpest ben voor een dergelijk scenario. Het werk dat ik voorheen deed, als leraar, was interessant voor een tijd, maar ik ben erin uitgeleerd en ik zal niet meer, behalve misschien tijdelijk, op een school gaan werken. Een dergelijke organisatie is te statisch voor me, ik wil diversere uitdagingen. Wat dan wel is een vraag die ik me nu dagelijks begin te stellen met het besef in mijn achterhoofd dat mijn terugkeer naar Nederland toch steeds dichterbij komt.

In de komende maanden reis ik naar de Falklands en South Georgia, om via Buenos Aires weer in Ushuaia te zullen belanden waar ik twee maanden zal werken op een charter-zeiljacht, tot eind april. Ik hoef niet per se terug naar Nederland, ik zou hier kunnen werken als ik dat wil. Toch trekt dat me niet. Werk met een beetje niveau en een fatsoenlijk salaris is voor de meeste Argentijnen van mijn leeftijd al niet te vinden, bovendien kan ik in Nederland veel meer verdienen en sparen. Na anderhalf weggeweest te zijn is het ook wel aardig om eens te zien of mijn familie en vrienden me nog herkennen. Vandaar dus dat ik terug kom naar Nederland. Voor een jaar. Om hard te werken en te sparen. Om weer weg te gaan.

On the road

Dit jaar heeft me laten zien hoe weinig ik nog weet van de wereld. Ik wil met een auto naar West-Afrika rijden, ik wil met een rugzak door China en Siberië reizen, ik wil Iran en Ethiopië bezoeken, een voettocht maken door Europa, de Pyreneëen van oost naar west doorlopen, de Andes van zuid naar noord afreizen, eenmaal in mijn leven rond de wereld zeilen, ik wil met een motor door Noord-Amerika en te paard door Azië, ik wil al die plekken bezoeken waarover ik wel eens las en waarvan ik in mijn hoofd een beeld heb gevormd.

De vraag is alleen: hoe ga ik dit doen? Ik denk dat iedereen wel veel wil reizen. De meeste mensen zeggen dan “als ik de tijd of het geld had”. Tijd is geen probleem. Tot je dood gaat kun je reizen, in mijn geval nog zo'n 50 jaar dus (hoop ik). Wat men denk ik bedoelt is: “als ik niet vast zou zitten aan van alles en nog wat, werk, hypotheek en relaties”. Voor geld geldt hetzelfde; het is maar net waar je prioriteiten legt. Reizen is niet duur voor een Europeaan. Ik ontmoette diverse Nederlanders die al jaren aan het reizen zijn. Hadden alles opgegeven en verkocht in Nederland en waren constant onderweg. Leven in Zuid-Amerika, of Azië of Afrika hoeft niet veel te kosten. Dat verandert natuurlijk als je van alles wilt doen, zien of speciaal wilt eten en drinken. Voor 500 euro in de maand woon je in en appartementje in Buenos Aires, heb je dagelijks te eten en kun je nog wat leuke dingen doen in de zeeen van tijd die je hebt. Twee maanden zo wonen is dus goedkoper dan een taalcursus van twee weken in Zuid-Spanje. En veel leuker. De vraag “hoe ga ik dit doen” is dan ook niet relevant. Ik bevind me in de gelukkige positie dat ik ongebonden ben, in staat mijn eigen geld te verdienen en meer is er niet nodig. Het bovenstaande nog eens gezegd in andere woorden: het gaat er niet om of je wel kunt reizen, maar of je wilt. Weet je eenmaal dat je wilt, dan kun je ook.

Ik denk dus aan Nederland als de plek die het me mogelijk gaat maken meer te reizen in de toekomst. Omdat ik er meer kan verdienen dan op een andere plek, omdat het reguliere leven me waarschijnlijk gaat vervelen en ik des te meer weer op weg wil zijn. Wat niet maakt dat het niet leuk hoeft te zijn in Nederland. Mogelijk ga ik in Amsterdam wonen, of in Den Haag omdat EJ al jaren roept dat dat een goed idee is. Kan moeilijk blijven volhouden dat ik niet in een stad wil wonen als ik er nog nooit in één woonde. En hoewel de gedachte aan een stad, met verkeer en uitlaatgassen en overal mensen en tweedehands lucht en zonder sterren of echte natuur me nu al paranoïde maakt, moest ik het toch maar eens proberen. Misschien is het niet zo erg als ik denk.

Bij vertrek op Schiphol een jaar geleden, tussen Erikjan en Peter

Een jaar weg en ik vraag me af of ik veel veranderd ben. Voor degenen die me niet (goed) kennen, bovenstaande gedachten waren altijd al latent aanwezig bij me, zijn nu pas uitgekristalliseerd. Ik ben dus niet radicaal anders gaan denken. Heb hooguit ervaren dat de wereld een veel grotere plek is dan ik ooit voor mogelijk hield. En ik vraag me af wat ik al die tijd in Nederland heb gedaan als er nog zoveel te ontdekken viel. Ik denk niet dat ik veranderd ben in de wezen van mijn persoon, daarvoor zijn de voorgaande 29 jaren te vormend geweest. Ik ben nog steeds dezelfde introverte twijfelaar die ik in Nederland kan zijn. En nog steeds de zelfverzekerde verteller. En ik houd nog steeds niet van dansen en mosselen.

Ik ben dus niet veranderd. Wel wijzer geworden. En heb nieuwe mensen ontmoet. Veel nieuwe mensen. Uiteraard veel zeilers en reizigers, voornamelijk uit Europa of de VS of Australie of Nieuw Zeeland, maar ook Argentijnen en Chilenen. Heb bij een Braziliaanse gewoond, dagenlang bij anderen in de auto of vrachtwagen gezeten, maaltijden en slaapkamers gedeeld met Argentijnse gezinnen, heb wekenlang tussen uitsluitend Argentijnen verkeerd in een hostel, mensen van allerlei leeftijden en afkomst. En hoewel ik me momenteel aan het einde van de wereld bevind (en als ik erover nadenk is het vast geen toeval dat ik hier al zo lang verblijf) vormen al die ontmoetingen het belangrijkste aspect van mijn reis tot nu toe.

Vrienden in Brazilie

Dus, wat is de balans na een jaar reizen? In enkele woorden: bijna blut en heel veel rijker aan ervaringen.