16 mei 2011

Langs de noorse kust

Het lijkt wel alsof we terug de tijd in varen naarmate we noordelijker komen. Terug de lente in bedoel ik eigenlijk te zeggen, want de bomen hebben steeds minder bladeren en de bloemen lijken zich steeds verder terug te trekken in hun knoppen.

We hebben honderden van dit soort sectorlichten gezien langs de kust

We zijn aangekomen in Narvik, op 68 graden noord en dus officieel boven de poolcirkel. De stad zelf stelt niets voor. Als we mensen vragen waar het centrum is kijken ze ons glazig aan. Als er geen grote aanvoer van ijzererts had plaatsgevonden had deze havenstad nooit bestaan. We voeren over een aantal van de 34 oorlogswrakken die in de baai liggen, gevolg van Duitse en geallieerde bombardementen in 1940. Bij helder weer schijn je ze vanaf de omliggende bergen te kunnen zien liggen.

Die bergen zijn wel de moeite waard. Over enkele weken trek ik er in m'n eentje op uit om het gebied aan de Zweedse grens te verkennen. Ik hoop er wel op dat de sneeuw dan al wat meer is gesmolten. Op dit moment zijn een aantal van de skipistes vlak boven de stad nog begaanbaar.

Fjordenlandschap

Bij onze aankomst konden we de Lofoten en de Vesteralen zien liggen aan de overzijde van het Vestfjorden. We kwamen uit Bodo (100 mijl zuidelijker) en wat opviel was het enorme verre zicht, tot wel 75 kilometer ver over het water. Bergen tot 1000 meter hoog rijzen besneeuwd op uit de fjorden en vormen de reden van ons bezoek. De Lofoten vormen de zuidelijkste van deze eiland-bergen.

Stokvis

Vanuit Bergen hebben we bijna 700 mijl op de motor gevaren, geheel tegen de verwachting in: het ons al weken achtervolgende hogedrukgebied zorgt nog steeds voor zwakke oostelijke winden in plaats van veranderlijke depressies vanuit het westen. Veel wind tegen dus en frustrerend voor zeilers. Zelf merk ik ook dat ik pas opleef als de zeilen omhoog gaan en er getrimd kan worden. Met 12 mensen aan boord is er ook eigenlijk niet genoeg te doen met motorvaren: naast sturen en navigeren blijven er weinig taken over en een mens kan per etmaal maar een bepaalde hoeveelheid landschappelijke schoonheid zien voor verzadigd te raken. Ik heb mezelf maar op het koken gestort, wat voor 12 personen ook best een uitdaging is. Er is niemand afgevallen op deze reis...

Op een regenbuitje na in Bergen is het ook al weken droog. De zonsondergangen worden steeds later, of vroeger zo je wilt, en lopen al bijna over in de zonsopkomsten. Om 12 uur kun je nog prima een boek buiten lezen. Vanaf nu wordt het voor mij tot eind augustus niet meer donker en dat is best een vreemde gedachte. Lichaam en geest strijden nog om mijn reactie op het vele licht. Als zwaar toetje op de reis krijgen we nog wel een forse wind over ons heen als we Bodo verlaten. We klokken korte tijd windkracht 10.

3 uur 's nachts als de zon weer opkomt (in de buurt van Bodo)

Een hoogtepunt van de 12 dagen varen tussen Bergen en Narvik was het Geirangerfjord. Stel je een 600 meter diep water voor dat 1500 meter breed is en waar de bergen zo'n 600 meter uit het water oprijzen, loodrecht. Op een kleine richel is een boerderij gebouwd die met een uitgehakte trap is te bereiken en waar een overweldigend uitzicht op je wacht. Helaas is het iets verderop gelegen Geiranger door de commercie totaal verkracht en een flinke puist op het dal dat als Werelderfgoed staat genoteerd.

Verderop varen we langs de Torghatten: een berg met een gat erin waar je doorheen kunt kijken vanaf het water. Het verhaal over een trol en een hoed en een pijl erdoor lezen we erbij. In de buurt van deze Torghatten zien we iets bijzonders in het water: vier rugvinnen die van orca's blijken te zijn. Ik heb ze nog nooit gezien maar herken wel direct de enorme rugvin van dit roofdier. We varen langzaam dichterbij en laten de boot uitdrijven. Het grootste dier glijdt naderbij en rolt om z'n eigen as terwijl hij langs de waterlijn van de Anne Margaretha zwemt. Ik zou hem zo kunnen aanraken als ik dat zou willen. Ik vergeet helemaal foto's te maken en zelfs even adem te halen als het dier zich achter het schip omdraait, bovenkomt, ademhaalt waarbij ik zo het spuitgat in kan kijken en dan onder de boot verdwijnt. Een heel bijzondere ontmoeting en een goed signaal voor de visstand. Aanwezigheid van orca's duidt op robben en zeehonden en dat duidt weer op de aanwezigheid van vis zoals haring en kabeljauw.

 Orcinus orca a.k.a killer whale

In een fjord veel zuidelijker hadden we inderdaad al eens een enorme school haringen naast de boot gehad welke met 1000-en tegelijk simultaan van de roze krill aan het eten waren. Ik hoop dat ik de komende weken wat andere walvissen kan toevoegen aan mijn waarnemingslijst. In het bijzonder de potvis, waarvan een aantal exemplaren op de route naar Spitsbergen schijnt te zitten.

De komende weken verkennen we met nieuwe gasten de Lofoten. Een van hen is mijn moeder, en omdat het toch al weer zo'n 20 jaar geleden is dat we samen op een bootje zaten nu al een leuke tocht!

1 reacties:

Margreeth zei

Wat verheug ik me daarop!!! Kan dat niet uitdrukken. Je werkzaamheden te ervaren en dicht bij je zijn. En dan ben mijn lieve zus erbij!!!Een droom!! Tot donderdag.
Margreeth