07 juni 2011

Sporen van geluk

De mist trekt nu snel naderbij en ik haast me sneller naar de rand van het plateau boven het dal. Net als ik bij de laatste richel aankom glijdt de wolk langs me en ontneemt het zicht naar links. Rechts van me, beneden, zie ik nog net het dal waarin ik de volgende dag wil lopen. Ik verspil weinig tijd met kijken naar de sneeuwcondities daar, ik zie immers toch niets al was dit wel het doel van de wandeling van vandaag, en haast me terug in de richting van de berghut waar ik verblijf.

Op weg naar boven

Nu komt mijn kompas van pas en en ik stel snel de richting van de hut vast op de kaart, 350 graden kompaskoers, en zoek mijn weg door de sneeuwvelden. Door van steen naar steen, met tussenafstanden van zo'n 50 meter te lopen kun je er redelijk zeker van zijn dat je in een richting loopt. Door bij iedere bereikte steen te peilen op de volgende kun je zo een route vaststellen, die echter wel dwars door het terrein loopt en geen ruimte overlaat om in te spelen op plaatselijke condities.

Ik bevind me in de Noorse bergen boven Narvik. Gisteren heb ik de trein genomen en ben uitgestapt in Katterat, 2 huizen en een stationsgebouw, en ben naar de hut in het Hunddal gelopen, zo'n 3 uur door de sneeuw. Het weer is slecht met veel lage bewolking en de sneeuw is nog diep, al zijn de bergwateren al zwanger van de aanstormende zomer. Het is waarschijnlijk dat er niemand anders is binnen de 10 kilometer om me heen en ik geniet intens van het “zijn”.


Net als op zee vergeet ik de drukke wereld met Internet, telefoons en informatie Wat me zo aantrekt in deze bergwereld is de absolute eerlijkheid die er te vinden is. Het gaat hier slechts om mij en de natuur, een directe confrontatie die ik nooit kan winnen maar waarin een gelijkspel wel mogelijk is. De enige informatie die tot me komt is de stilte, die 's nachts oorverdovend kan zijn. Ik heb bewust mijn muziekspeler thuisgelaten.

Verjaardag!
Als ik me de volgende dag omdraai tijdens de wandeling en de 20 kilo op mijn rug even ongemakkelijk aan mijn schouder trekt, de wind de regen in mijn gezicht blaast en de huid rond mijn ogen bijna doet bevriezen kan ik alleen maar lachen! Het zoeken naar de juiste route door de velden met sneeuw en rotspartijen neemt al mijn aandacht in beslag en ik kan alleen maar gissen hoeveel meters ik nog moet lopen totdat ik bij de schuilhut kom. Het lopen op de sneeuw is op deze hoogte niet zo lastig: aan het einde van de winter zak je er nauwelijks in weg, behalve aan de randen. Daar voel ik het dek geregeld onder mijn voeten bezwijken en af en toe zak ik tot aan mijn bovenbeen in de sneeuw. Dan zet ik mijn wandelstokken en andere been snel in de sneeuw en verleg de druk. Meestal is dat genoeg en loop ik slechts de eerste meters tot de knieen door de sneeuw.

Het pad (rechts een rood geverfde steen)

Slechts eenmaal maak ik een fout en mijn toch al zwakke linkerknie komt hard in aanraking met een zich onder de sneeuw bevindende rots. Ik schreeuw het uit van de pijn maar er is helemaal niemand die me zou kunnen horen. “Doorlopen, doorbloeden” is het enige wat ik kan bedenken en ondanks de pijn beweeg ik mijn knie voor de volgende stap. Na 20 stappen is de pijn weg en bedenk ik wat ik gedaan zou hebben als ik echt een probleem aan een been zou hebben.

Ik ben in 5 dagen 1 persoon tegengekomen: Artur uit Oostenrijk studeert in Stockholm en brengt naar eigen zeggen thuis ieder vrij moment in de bergen door. Hij komt uit de tegenovergestelde richting zodat ik zijn sporen kan volgen door de sneeuw en hij overtuigt me ook dat mijn voorgenomen route naar Abisko mogelijk is, ondanks afraden van de Noorse bergwandelvereniging. Hij vertelt me dat hij zich op en skipiste veel bedreigder voelt dan alleen in de bergen waar hij precies de risico's van iedere beweging en actie kan inschatten. Zo voel ik dat ook: met ervaring en uitrusting weet je precies waar je grenzen liggen en ik heb nergens het gevoel dat ik die overschrijd. Artur is wel een keer gevallen, net als ik, en hij vertelt me dat zijn hoofd op 3 centimeter van een steen tot stilstand kwam toen hij uitgleed in de sneeuw. Waarschijnlijk had ik hem dan gevonden in de sneeuw.

De zomer komt!

We vieren mijn verjaardag gezamenlijk in de berghut van Hunddalen. Het is er warm door het vuur dat we hebben opgestookt in de houtkachel en ik heb wat whiskey meegenomen die we gedeeltelijk opdrinken. 32 jaar alweer en ik bedenk me dat ik twee jaar geleden in Ushuaia bovenop een berg in ongeveer dezelfde weersomstandigheden mijn verjaardag “vierde”. Ik ben blij met de richting die ik aan mijn leven geef. Vier jaar geleden stond ik voor een klas met kinderen. Ik had nu ook voor een klas verveelde pubers kunnen staan, maar kies duizendmaal liever voor dit leven.



Mijn zintuigen worden scherper naarmate ik langer alleen ben in de natuur. Mijn lichaam past zich aan aan de temperaturen buiten en ik begin mezelf steeds meer te ruiken al komt dat waarschijnlijk doordat wassen hier niet echt mogelijk is. Ik word aangevallen door het mannetje van een paartje kleinste jagers en waan me even terug op South Georgia toen zijn neefje de antarctische grote jager me zo'n beetje de muts van het hoofd trok. Deze vogel weet ook niet van ophouden en ik moet me met mijn wandelstokken afweren terwijl ik door de sneeuw ploeter. Ik ben blij als ik van ze af ben.

Mannetje kleinste jager

Overal in de sneeuw vind ik dode lemmingen. Vreemd genoeg liggen ze allemaal middenin de sneeuw zonder sporen daaromheen en liggen de ingewanden er altijd naast. Het zijn er tientallen dus ik vermoed een patroon. Waarschijnlijk een roofvogel? Later lees ik dat de kleinste jager zich vooral met lemmingen voedt. Vandaar dus.

Ik zie rendieren, sporen van elanden naast de voetstap van Artur en eenmaal glijdt een arend langs de berghellingen. De grootste verrassing komt als ik middenin de sneeuw een enorme poot van een hondachtige aantref. Aangezien er geen mensensporen in de buurt zijn is het waarschijnlijk dat het de sporen van een wolf betreft. Urenlang heb ik vervolgens het gevoel dat ik niet totaal alleen ben en ik loop met mijn mes in de broekzak door. Naast wolf zitten er ook bruine beren, veelvraten en lynxen in de bossen en bergen van Lapland.

Wolvenspoor

Via het Oallavagi-dal en de hutten Cunojavre en Alla Unnakas bereik ik Zweden en de lange vallei van waarin het Nationale Park Abisko ligt, het doel van mijn wandeling. Tijd om te kamperen, ik heb mijn uitrusting immers niet voor niets meegenomen. Enerzijds wil ik mijn materiaal testen voor de aankomende tocht op Spitsbergen en anderzijds ook mijn lichaam trainen door wat extra gewicht mee te nemen op de 80 kilometer die ik door de bergen afleg. Ik kies steeds plekken met een fantastisch uitzicht over de rivier en vanuit mijn tentje in mijn slaapzak kan ik eten maken en koffie zetten met het voorbij stromende water als begeleiding.

Uitzicht vanuit mijn tent om middernacht

Ik heb 's ochtends nog geen 100 meter gelopen als een waarschuwende roep me doet stilstaan. Een paar gele ogen staart me aan vanuit een boom boven me en opeens duikt de uil naar beneden, roept nog eens en zoekt een tak in een boom of twee verderop. Zijn partner roept intussen terug dat alles nog okee is en nu zet de uil de aanval in. Biddend boven mijn hoofd lijkt hij een geschikt moment af te wachten maar kiest uiteindelijk toch voor de veilige takken om me van daar uit te beloeren. Ik zag niet vaak uilen en het zijn echt fantastische vogels. Dit is waarschijnlijk een paartje ruigpootuilen en ze maken, of hebben al, een nest vlakbij het pad. Hun concentrische verenpatroon rond de ogen geeft je het gevoel dat een heel groot dier je aan zit te kijken. Ik zie hoe snel en behendig de uil tussen de berkenboompjes doorglijdt om terug te keren op zijn uitzichtpunt, vastbesloten mij het bos uit te staren. Een heel bijzondere ontmoeting.

Ruigpootuil

Pas de 6e dag zie ik weer andere mensen. Ik schrik er bijna van en houdt eerst wat afstand. Het zijn Fransen die het vuur in de schuilhut zo hoog hebben opgestookt dat ik pardoes naar buiten vlucht om in de koele lucht te kunnen zijn. Ik kom ook wat Nederlanders tegen die terugschrokken van de sneeuw die ze op de Kungsleden tegenkwamen. Het valt me op, ook uit de verhalen van anderen, dat veel wandelaars compleet onvoorbereid het bos intrekken. Zo hoor ik over een Italiaan die alleen en met een tentje van Ikea de sneeuwvelden boven de 800 meter was ingelopen. In Nederland is een slechte voorbereiding geen probleem, maar in Lapland, met name nu in de periode tussen winter en zome, mijns inziens wel degelijk stom. Hoofdregel is: zie altijd droog en warm te blijven. Na 6 dagen alleen in de bergen ben ik nog beide en ik arriveer dan ook met energie teveel in Abisko, waar de trein naar Narvik op me wacht. Klaar voor Spitsbergen!

2 reacties:

Margreeth zei

Wederom een prachtig verhaal. Kan me er nu iets bij voorstellen nu ik een glimp van het landschap heb opgevangen. Weliswaar op de Lofoten maar toch. Terug komend op mijn zeilreis in de Lofoten: prachtig was het! ik heb je nu meegemaakt in de omgeving waar je zo van houdt. Heb veel respect gekregen voor de keuze die je hebt gemaakt. Het gemak waarmee je een groep begeleidt, de rust en veiligheid die je uitstraalt. Heb je meegemaakt als intelligente en filosofische gesprekspartner. Je draagt echt een visie uit en staat daar voor. Je dwingt ook respect af door je "zijn". Mooi om als moeder mee te maken en voor het eerst in deze afgelopen jaren ging ik gedurende je trektocht van de afgelopen week niet gebukt onder een zekere mate van stress door angst dat je iets zou overkomen. Ik heb het fijn gevonden om de ankerwacht in de nacht met je te delen ook al was er weinig communicatie doordat we beiden Donald Duckjes lazen. Ik ben trots op je dat je je zo ontwikkelt heb in de afgelopen jaren. En..........plaats dit schrijven ook op je weblog en hou het niet voorjezelf. Liefs.

Anoniem zei

Gast,

Gefeliceerd met je verjaardag, en met je mooie tochten. Noorwegen rules, Tahiti is ook wel aardig maar te druk en te warm.

Op naar de 33 en meer mooie tochten, keep posting.

laters,

Paul