Johan had al een tijdje zitten azen op deze beklimmingen maar een medeloper vinden was toch lastig. Iedereen bleek last te hebben van de knie, geen tijd te hebben of hield eigenlijk niet van klimmen. Vandaar dat hij mij dus vroeg, ik had er immers al 200 kilometer berg en dal van Spitsbergen op zitten. Een geschatte afstand van 100 kilometer binnen twintig uur, waarvan 45 wandelen, 50 fietsen en 5 kilometer kayakken. 4000 Hoogtemeters overwinnen en weer afdalen. Zonder externe hulpmiddelen zoals boten of auto's. Eigenlijk was het wel goed dat we even zouden kunnen fietsen, om de benen de nodige rust te geven. En dat kayakken, daar heb je toch alleen maar je armen voor nodig?
Enfin, op de een-na-laatste dag die ik op Spitsbergen doorbreng ontbijten we lekker stevig en beginnen daarna aan de uitdaging. Met een bord pap, diverse spiegeleieren met bacon en vijf pannekoeken achter de kiezen moet dat wel lukken. Vlakbij liggen de toppen Sarkofagen (512 m.) en Trollsteinen (849 m.) De eerste beklimmen we in 40 minuten, we zetten onze namen in het boek op de top en rennen naar beneden, de gletsjer over en Trollsteinen op. De Larsgletsjer is hier nogal vlak en vrij van crevasses. Enkele bobsleebanen van smeltwater versperren ons de weg maar we springen er makkelijk overheen. Dat zal later vandaag wel moeilijker worden. Binnen anderhalf uur na vertrek staan we bovenop de tweede top van de twaalf.
Weer de gletsjer over, een zijmoraine passeren, nog een gletsjer over en dan een zeer steile helling met puinsteen. Nu komt de hoogtste top, Nordenskioldtoppen (1053 m.), welke bijna altijd in de wolken ligt. Ik heb niet eens een jas bij me, alleen mijn twee lagen wol, wat in de vrieskou bovenop net genoeg is om redelijk warm te blijven. Voor de derde keer de namen in het boek en dan rennen we weer naar beneden. Enkele wandelaars kijken ons verbaasd aan. De afdaling over de puinhelling gaat razendsnel als we een stuk door een ijzige geul nemen. Hurkend op een voet glijden we naar beneden en komen weer bij de gletsjer uit. Op de terugweg naar ons aanvangspunt passeren we nog een boek (moraine Longyearbreen, 241 m.) en dan is het lunchtijd. Binnen vier uur hebben we een derde van de toppen bezocht en dat is zeer ruim onder ons eigen schema van acht uur.
De boeken op de twaalf toppen zijn door de lokale overheid neergelegd om bewoners van Longyearbyen aan te moedigen tot meer beweging. Bij ons lukt dat in ieder geval. We nemen exact 30 minuten de tijd voor een bord pasta, toast met boter, koffie en fruit. We rennen naar de fietsen en beginnen aan de tocht naar het verstgelegen punt: Fuglefjella (437 m.) in Bjorndalen. Vorige week is hier nog een ijsbeer gezien, dus oppassen! Sowieso nemen we naar alle toppen ons geweer mee, al is het nogal onhandig is zwaar.
Ik draag Johan de rivier over, die tot mijn enkels reikt. Ik draag goede gamaschen en een rivier vormt geen probleem. Natte voeten kunnen het hele plan in gevaar brengen en sowieso is dragen sneller dan zoeken naar een goede oversteekplaats. De berg is uiterst steil maar we zien een mogelijke route via de schaarse vegetatie en dan door een soort schoorsteen op ongeveer 250 meter hoogte. Daarna is het weer makkelijk over de graat. Met handen en voeten werken we ons omhoog, over de graat en naar de top. In 40 minuten staan we er en genieten even van het schitterende uitzicht over Isfjorden. Sowieso kom ik nu op plekken waar ik eigenlijk best nog heen had gewild en ik ben dan ook stiekem blij dat ik er nog een aantal zie!
Naar beneden is nu gemakkelijk, in vijftien minuten dalen we 437 meter en staan weer veilig naast de fietsen. We razen over de gravelweg richting het vliegveld, het talud op naar het asfalt en dan kort daarna bij de zesde top, Blomsterdalhogda (321 m.). We verkijken ons op de aanloop en enigzins vermoeid komen we nu bovenaan. Naar beneden rennen wordt nu riskanter voor de knieen dus ik zie ervan af. Het is nu bijna zes uur in de avond, we zijn zeven uur onderweg en hebben de helft van de toppen gedaan.
In het gebouwtje van de zeilvereniging heeft Jaap eten klaar staan, wederom pasta, met noten en liters vocht. Nu volgt een riskanter stukje: de oversteek van het Adventfjorden in een kayak zonder droogpak. De watertemperatuur is 3 graden. We gaan er maar vanuit dat we niet omslaan. No guts no glory want zo winnen we bijna een half uur worstelen met de droogpakken. Het geweer is het enige dat waterdicht verpakt meegaat. Er liggen nog wat flinke ijsschotsen en ook hier werd een week geleden nog een ijsbeer gezien.
We slepen de kayak de kant op en beginnen aan de klim naar Sneheim bij Hjorthfjellet (556 m.) en stevige klim die we in 45 minuten maken. Johan gaat nu voorop, ik volg wel in een vergelijkbaar tempo maar moet de energie dieper zoeken. Het laatste stuk is erg steil en ligt vol met losse stenen. Bovenaan staat een oude mijnwerkershut welke nu een monument is. We houden te lang pauze en verspillen onze voorsprong van de snelle klim. Afdalen is bovendien erg lastig en duurt lang. We troosten ons met het prachtige uitzicht over Longyearbyen. De zon begint nu ook te schijnen. 's Nachts is vaak zonnig weer, terwijl het overdag grijs en grauw is. Waar ter wereld vind je dat nu?
Ik drink een Red-Bull en we kayakken terug. Ik heb vleugels en trek voor mijn gevoel de boot vooruit. Johan heeft nu een dipje en ik moet hem wat oppeppen. De fietsen staan al klaar om naar de volgende twee toppen te rijden aan de stadsrand. Vanaf nu moeten we het zonder externe hulp doen en dat betekent nog snel voedsel innemen, drinken en slim inpakken. Ik laat mijn rugtas hierna altijd bij de fietsen, dat scheelt weer slepen en een bezwete rug. Sukkertoppen (371 m.) is het eerste van de twee toppen die we zonder tussentijds dalen willen doen. We rennen naar boven en staan binnen een half uur bij het boek waar we onze naam inschrijven. De tweede top is wel te zien maar dat betekent of omlopen of afdalen en weer klimmen. We besluiten over de hoogtelijn om te lopen maar uiteindelijk blijkt dat niet zo slim: we doen er 40 minuten over om een puinhelling te traverseren, terwijl afdalen en weer klimmen in maximaal dezelfde tijd zou moeten kunnen. Wel kunnen we nu nummer 8 en 9 (Lindholmhogda, 363 m.) afstrepen.
We fietsen het hele eind door Adventdalen richting Gruve 6 (325 m.) en Varden bij Bolterdalen (150 m.) Deze laatste blijkt zo'n 2,5 kilometer een vallei in te liggen zodat we er 5 kilometer voor moeten lopen. Hoewel de laagste, is het de meest tijdrovende “top”. De wandeling voert namelijk niet over een pad maar over puinhellingen en door moerasgronden. Gruve 6 is ook geen pretje: we lopen omhoog via de oude kolentransportbanen maar de klim is steil en we beginnen moe te worden. Ergens rond half zes in de ochtend komen we nu terug bij de fietsen. We hebben nog anderhalf uur te gaan om vijftien kilometer te fietsen, 300 meter te klimmen en te dalen en dan de finish te halen. Ik ben al volledig uitgedroogd en drink mijn laatste Red-Bull. Vanaf nu telt het lichaam niet meer, nu komt het op de geest aan.
Nu ben ik van nature geen doorzetter. Ik ben niet competitief ingesteld, laat een ander graag winnen en zoek graag naar uitvluchten om even te kunnen rusten of een ander te plan te volgen. Het probleem is nu dat ik met Johan heb afgesproken door te gaan tot het einde en zolang ik nog kan lopen is er geen einde. Opgeven is er niet bij en uitrusten ook niet. We zitten op koers voor de recordtijd van twintig uur maar zullen tot het uiterste moeten gaan.
Tot overmaat van ramp begint het te regenen en te waaien en fietsen we met koude striemen in het gezicht. Ik vecht met de fiets om in de vuile wind van Johan te blijven, die stoicijns blijft doorfietsen. Ik bereik het punt waarop ik zelf zou hebben opgegeven maar omwille van ons record zet ik door. Waarom eigenlijk? Wat kan het iemand anders schelen of we deze tocht in twintig uur of in twintig dagen maken? Wie bewijzen we nu wat? Wie zou ons zien als we nu de fietsen in de berm zouden zetten en om half zes in de ochtend langs de kant van de weg zouden zitten om uit te rusten? Iedere omwenteling kost nu kracht en ik voel deze wegvloeien. Ik ben nu klaar van de fiets te stappen, deze weg te smijten en tegen de wind te brullen dat ik opgeef. Ik slaak een oerkreet en trap de pedalen nog eens rond, Longyearbyen is nu weer in zicht. Ik ga naast Johan fietsen en zeg dat ik diep moest gaan. Als hij zegt dat voor hem hetzelfde geldt geeft dat me vreemd genoeg kracht. We peddelen de pedalen rond en komen eindelijk aan onderaan de laatste top: Varden bij Plataberget (329 m.).
Ik druk een halve reep chocolade in mijn mond maar wacht niet tot ik de energie in mijn bloed voel komen. Johan loopt voorop en begint te klimmen. De man met de hamer wacht nu op me en slaat me neer. Ik kan niet meer. Wil ik nog wel? Ik zie Johan omhoog klauteren. Hij roept dat we er bijna zijn en dat het nog maar even duurt. Ik zet nog een paar stappen maar kan echt niet verder. Ik wil roepen dat hij maar alleen moet gaan maar de kracht ontbreekt me. “Verstand op nul, lopen!” roept Johan nu en dan, eindelijk, bereik ik dat punt waarop vermoeidheid overgaat en mijn voeten weer bewegen. Niet snel, van steen naar steen, maar ik ga vooruit. De suikerspiegel van mijn bloed stijgt nu snel en ik kan verder lopen. Ik voel dat het kan, dat we de twintig uur nog kunnen halen en dat we verdomme de eersten zullen zijn! Ik loop nu sneller en zie Johan soms boven me op de helling. Nog even steil en dan wordt het vlakker: ik zie nu de stapel stenen waar het topboek ligt en kijk op mijn horloge: half zeven. Nog een half uur om af te dalen en terug naar het beginpunt te fietsen. Het is mogelijk!
Johan wacht me op en we omhelzen en feliciteren elkaar. De laatste top deden we in ongeveer 25 minuten. De laatste notitie in het boek en we dalen met vernieuwde krachten en vermoeide benen af naar beneden. Om kwart voor zeven zitten we weer op de fiets en bewegen richting Ny-Byen waar we zijn begonnen, helaas op vals plat bergop. Jaap staat te wachten en had het schijnbaar niet meer zien gebeuren, maar we fietsen langs hem en exact 19 uur en 52 minuten na ons vertrek stappen we weer naar binnen.
Twintig uur leek ons eigenlijk wel een mooi getal, zonder na te gaan of het wel zou kunnen. We gaven onszelf 50% kans om het te redden maar vooral ook 50% het niet te redden (wat natuurlijk op hetzelfde neerkomt maar psychologisch een ander uitgangspunt betreft). Een blessure zou fataal zijn, evenals een hongerklop. Dat het toch in het laatste uur mis dreigde te gaan is interessant voor een evaluatie: wat als we nu nog een top hadden moeten beklimmen, was de inzinking dan op een ander moment gekomen? En wat maakt eigenlijk dat je opgeeft of doorgaat? Kan ik deze ervaring gebruiken in andere momenten? Wat is het belang van een tochtpartner bij dergelijke uitdagingen? En wat is in godsnaam het nut ervan?
Daarvan heb ik nog steeds geen idee, maar heb het maar wel mooi gedaan. Niet meer en niet minder.
2 reacties:
Komen jullie nu in het Guiness World Records Book? Wordt je toch nog een beetje beroemd.
Mooi verhaal overigens.
Da's voor den drommel :) (verdomme mag ook, maar...) een mooi verhaal. Ik stel het idee bij dat ik niet van andermans reisverhalen houd. Maarten, goed gedaan man! Ook leuk dat je er bijna weer bent. Ik kijk er naar uit! Groet Jeanine
Een reactie plaatsen