We varen in omgekeerde richting van waaruit we gekomen zijn. Eerst richting de schitterende Hornsund, nu ijsvrij, in het zuiden van Spitsbergen, daarna de zee op richting Bereneiland. We zien helaas minder dierenleven dan op de heenreis, toen er ijsberen, walrussen en walvissen rond de boot te zien waren. De komende weken zullen we drie reizen maken van ieder zo'n 700 mijl. Vaste bemanning zijn Heinz, ikzelf, Uta, Karine en ik. De laatsten ken ik van de Zeevaartschool. Tussen de etappes hebben we enkele dagen rust in Narvik en in Bergen. Half september zullen we in Nederland aankomen, voor mij en Heinz vijf maanden na ons vertrek.
Op Bereneiland is het mistig en winderig en we verdwalen haast in de toendra. De grote jagers vallen ons weer lastig, maar minder dan in mei, toen ze hun eieren nog uitbroedden. We ontmoeten twee wetenschappers die al drie maanden met z'n tweetjes vogels tellen en volgen. Ze hebben nauwelijks andere mensen gezien in die tijd en omdat ze de volgende dag opgehaald zullen worden delen ze hun enorme voorraad koekjes en koffie met ons. In een dampende tent praten we over vogels en afzondering.
Tromsø is zoals ik me herinner: een aangename stad vol leven en met lekker weer. Het is echt warm voor mij met zo'n 15 graden boven nul. Tot in zuid-Noorwegen heb ik regelmatig last van opvliegers vanwege de temperatuur; ik ben bijna blij dat het weer winter wordt. Regelmatig ga ik in een T-shirtje naar buiten om af te koelen in de wind. We varen door tussen de eilanden en geurende bossen en meren in Narvik af. Tijd voor wat rustige dagen. Ik lees en internet op zoek naar werk voor komende winter. Ik heb besloten het tweede jaar van de Enkhuizer Zeevaartschool te volgen en zal iedere vrijdag en zaterdag dus naar school moeten. Een passende baan daarnaast vinden valt niet mee. Vorig jaar vond ik een baan als docent in twee uur tijd, maar nu heb ik nog geen geluk. Ik vraag me ook steeds sterker af wat ik eigenlijk precies zoek. Momenteel investeer ik zoveel tijd, geld en energie in een carriere als stuurman zeilvaart dat het onzinnig lijkt in een ander beroepsveld te werken. Aan de andere kant kan ik als docent wel beter verdienen. Een moeilijke keuze, maar vooralsnog zijn er toch geen passende banen dus kan ik het nog even uitstellen.
Met het diploma Kleine Zeilvaart en de opgedane vaartijd op de Anne-Margaretha kan ik bij thuiskomst de vaarbevoegdheid Stuurman zeilschepen tot 500 ton wereldwijd aanvragen. Met die bevoegdheid zal ik komend seizoen vrij gemakkelijk aan een zeilschip kunnen vinden voor nieuwe reizen. Ik ben er nog niet over uit in welke vorm ik dat wil en in welk gebied. Het trekt me ook aan om zelfstandig te beginnen en aan een eigen schip te gaan werken. Er staan nog wat hobbels op de weg, zoals technische onervarendheid en een lege beurs, maar het idee is er. Waarschijnlijk is het opdoen van relevante ervaring en kennis het beste dat ik op dit moment kan doen en werk ik tegelijkertijd aan plannen voor mezelf. Ik merk dat mijn passie voor het zeilen zelf nog overeind staat, maar dat ik alle dingen die ik nu doe, zoals zeilend mijn geld verdienen, nooit eerder had overwogen. In feite gaat het me daar ook niet om, maar ben ik op zoek naar nieuwe ervaringen en is de constante wisseling van doelen en mogelijkheden wat me momenteel in mijn leven aantrekt. Belangrijk voor mij is in ieder geval dat ik trouw blijf aan mijn eigen wensen en verlangens en me daar niet vanaf laat leiden door interessante aanbiedingen maar die geen recht doen aan die wensen en verlangens. Ontdekken van nieuwe plekken moet dus vooraan staan, evenals de liefde voor de zee en de natuur. In welke vorm dat is, vind ik minder belangrijk.
Varen langs de Noorse kust betekent navigeren tussen eilanden, vuurtorens, door kanalen en fjorden, langs vissersplaatsen en groene bergen. De kust bestaat uit duizenden eilanden en er staan honderden lichtbakens en andere navigatiekenmerken langs het water. Met de digitale kaarten van C-map is navigeren helemaal niet moeilijk, maar omdat ik nu eenmaal een winter heb gestudeerd op zichtpeilingen en koersen uitrekenen, kies ik er soms voor de computer links te laten liggen en met de papieren kaart en kaartpasser de koersen uit te zetten. Lastiger nog is het vele overige verkeer dat het vaarwater deelt. Er wordt veel vervoerd over het water en om de haverklap passeert ons een kleine coaster of veerboot. Het kennen en toepassen van de waterverkeersregels (BVA) wordt dus veel getraind. Daarnaast oefenen we op vrije dagen met manoeuvreren in havens: een van ons vaart het schip van de kant weg of legt het weer aan de wal neer. Juist gebruik maken van de krachten op het schip door stroming, wind en schroef is een kunst apart.
Een maand na vertrek uit Longyearbyen op Spitsbergen komen we aan in Bergen, zo'n 1500 mijl zuidwaarts. Het voorbij zien glijden van de noorse kust heeft een licht sedatief effect en ik ben wel weer toe aan een langere oversteek. We krijgen nieuwe gasten aan boord en doen het een paar dagen rustig aan in het Hardanger- en Lysefjord. We maken flinke wandelingen, zwemmen in het koude zeewater en hebben in het algemeen te maken met slechter weer. Het is duidelijk te merken dat de zomer ook hier voorbij is en de herfst begonnen. Een aantal overkomende depressies zorgen voor veel regen, voor het eerst in bijna vier maanden voor mij! Sinds mijn vertrek uit Nederland heeft het boven mijn hoofd niet meer geregend. Iets wat in Nederland zelf blijkbaar wel een wens, maar geen werkelijkheid is geweest. Ik lees momenteel een boek over meterologie voor zeelieden en intereseer me meer en meer voor de weerkaartjes en -berichten die binnenkomen met Navtex en Gribfiles.
Vandaag en morgen heersen de zuiderwinden, maar zodra het lagedruk gebied is weggetrokken ruimt de wind naar het westen en noordwesten. Tijd om de trossen los te gooien en het laatste stukje naar Nederland te zeilen! Volgend jaar weer in Noorwegen en Spitsbergen?
1 reacties:
Hallo Maarten,
Een mooie samenvatting van de terugreis, wat je ziet, voelt en denkt. We kijken er naar uit je weer te zien en te spreken. Tot gauw.
Een reactie plaatsen